Ik werk in de uitzendsector
Ik werk in de sociale sector
Homepage
PluginGaps van A tot Z
Links
 
Contact & Info
Nieuws
Succesverhalen

FAQ’s voor uitzendconsulenten

Wat zijn mogelijke signalen van een arbeidshandicap?

Personen met een arbeidshandicap kunnen door fysieke, mentale, psychische en/of zintuiglijke beperkingen bepaalde beroepen en/of functies op de arbeidsmarkt niet (meer) uitvoeren. Hieronder volgt een overzicht van voorbeelden van de verschillende soorten beperkingen en de mogelijke gevolgen ervan op de werkvloer.

1. Fysieke beperkingen

A. Voorbeelden:

  • Motorische beperkingen: rugproblemen, MS, CVS, fybromyalgie, fysieke problemen door een ongeval, amputatie van bepaalde ledematen.
  • Niet-motorische beperkingen: epilepsie, diabetes, nierproblemen, ziekte van Crohn.

B. Mogelijke gevolgen

  • Moeite om fysiek belastende arbeid uit te voeren (gewichten heffen, werken in gebogen houding).
  • Soms niet lang kunnen blijven zitten en/of staan.
  • Meer nood aan pauzes.
  • Liefst regelmatige werkuren (voor inspuitingen, medicatie).
  • Bepaalde taken kunnen gevaarlijk zijn (bv. met machines werken met epilepsie).

2. Mentale beperkingen

A. Voorbeelden

  • BLO en/of BuSo-schoolverleden.
  • Problemen met schoolse vaardigheden: lezen, schrijven, rekenen.
  • Mentale problemen als gevolg van een niet-aangeboren hersenletsel (trauma’s na een auto-ongeval).

B. Mogelijke gevolgen

  • Trager werktempo.
  • Meer herhaling nodig.
  • Af en toe minder doorzettingsvermogen.
  • Minder zelfstandig kunnen werken.
  • Beperktere sociale vaardigheden.
  • Graag mondelinge instructies met voorbeelden.

3. Psychische beperkingen

A. Voorbeelden

  • Ontwikkelingsstoornis: ADHD, autisme (asperger, NLD), Gilles de la Tourette.
  • Persoonlijkheidsstoornis: borderline, antisociale stoornis.
  • Verslavingsproblematiek: drugs, alcohol.
  • Andere: depressie, angsten, psychose, gedragsproblemen.

B. Mogelijke gevolgen

  • Meer nood aan gestructureerde taken.
  • Soms meer nood aan begeleiding en ondersteuning.
  • Meer nood aan pauzes. - Mogelijk stressgevoeliger.
  • Af en toe ongepast gedrag op sociaal vlak.
  • Soms vlugger afgeleid.

4. Zintuiglijke beperkingen

A. Voorbeelden

  • Visuele problemen: bijziend, verziend, tunnelzicht.
  • Auditieve problemen: slechthorendheid.
  • Stem- en spraakproblemen: stotteren, afasie.

B. Mogelijke gevolgen

  • Meer nood aan hulpmiddelen op de werkvloer (bv. beeldschermloep).